Mijn foto’s

 
beelden van Nicky Imber, onderdeel van ‘From Holocaust to Resurrection’, in Karmiël
beelden van Nicky Imber, onderdeel van ‘From Holocaust to Resurrection’, in Karmiël
 
 
De soeks
De soeks
 
Bar Mitswa bij de Kotel
Bar Mitswa bij de Kotel
 
 
 
 
Oude Stad, vanaf de Olijfberg
Oude Stad, vanaf de Olijfberg
 
 
Bij St. Petrus in Gallicantu
"Ik ken hem helemaal niet"
Bij St. Petrus in Gallicantu "Ik ken hem helemaal niet"
 
 
 
 
in de Negev, Ein Avdat
in de Negev, Ein Avdat
 
 
 
 
1 december 2017

Afscheid

Aan mijn verblijf in Israël is een eind gekomen. En daarmee ook aan het schrijven op deze weblog.

Graag maak ik nog wel gebruik van de gelegenheid om uw aandacht te vragen voor twee projecten:

Israëlreiswijzer

Mijn voorganger Kees Jan Rodenburg was er al aan begonnen, en ik heb er verder aan gewerkt: het werkboek Ontdekkingen in Israël. Reisboek voor protestantse pelgrims. Een aanrader voor wie alleen of met een groep Israël gaat bezoeken!

Het begint met een deel dat u vóór de reis kunt door­nemen, om meer bewust en toegerust op weg te gaan. Daarna zijn er ruim twintig hoofdstukken waarin plaatsen worden besproken, met tips en vragen om over door te denken. Tenslotte nog een kort hoofdstuk om nog mee aan de slag te gaan als u weer thuis komt.

Om een indruk te krijgen van de aanpak kunt u kijken op israelreiswijzer.nl. Het boekje zelf kunt u bestellen bij het CIS, via cis@che.nl. Het kost € 9,50 (exclusief verzendkosten).

Dagboek bij de najaarsfeesten

In 2017 heb ik stukjes geschreven voor de dagen rond de najaarsfeesten, te gebruiken als een dagboek, waarin dan elk stukje aansloot bij de Joodse feestdagen en wat er daaromheen in het Jodendom speelt. Het ‘dagboek’ liep van 15 september tot en met 14 oktober. Het is nog terug te vinden op www.centrumvoorisraelstudies.nl/najaar2017.

Mijn opvolger, Albert Groothedde, werkt aan een update voor 2018. Hou de website hetcis.nl in de gaten! En volg zijn weblog: weblog.hetcis.nl

 

30 november 2017

Einde van het CIS aan de HaPalmach Street

Dit het 12de en laatste blog van mijn hand. Onze tijd aan de HaPalmach Street in Jeruzalem zit erop. Voorlopig is het CIS weer alleen in Ede te vinden. Maar niet voor lange tijd. Want de nieuwe ‘representative in Israel’, Albert Groothedde, is niet alleen benoemd en in dienst getreden, maar heeft ook een visum gekregen om het werk in Israël ter hand te nemen. In het voorjaar van 2018 hopen hij en zijn gezin naar Israël te vertrekken.

Wat betekent de presentie van het CIS in Israël? Er zijn kerken die met dikke draden aan (de grond van) dit land zijn verbonden: de Grieks Orthodoxe Kerk, de Russisch Orthodoxe Kerk, de Rooms Katholieke Kerk, de Kopten, de Armeniërs en nog vele andere kerken. Zij hebben al eeuwen lang grote stukken land in bezit. Er zijn enkele protestantse kerken die hier ook bezittingen hebben: de Lutherse Kerk uit Duitsland, de Anglicaanse Kerk, de Zweedse kerk, er is een Baptist House, en zo zijn er nog enkele kerken. Tegenover al die kerken steekt de aanwezigheid van het CIS heel mager af. De band met (de grond van) het land is een dunne draad.

Maar je kunt ook anders naar de presentie kijken. Niet naar de banden die je hebt met de grond en de bezittingen in het land, maar naar de banden die je hebt met het volk. En dan is het misschien een heel ander verhaal. Want kerken met dikke draden met het land hebben soms maar heel dunne draden met het volk. Dat geldt overigens niet voor de genoemde protestantse kerken. Die zetten hun bezittingen in om contact te hebben met het Joodse volk. Maar veel kerken van Orthodoxe huize zijn hier in Israël voor de heilige plaatsen en om pelgrims gelegenheid te geven om op heilige plaatsen te bidden. Die kerken hebben oude rechten, omdat ze hier al honderden jaren en sommige zelfs meer dan duizend jaar zijn. Maar aandacht voor de Joden die hier wonen is er meestal niet. Zeker niet voor het Jodendom als het volk van God, waarmee God een verbond sloot dat nog altijd van kracht is.

Het CIS wil er zijn voor het contact met het volk. Het eerste woord van de visie van het CIS luidt:  luisteren! We denken niet dat wij als kerk uit de volken alles al weten en hebben begrepen van de Schriften en van de God die in het boek van de profeet Jesaja heet: de Heilige van Israël. Door onze Heer Jezus Christus zijn we aan Israël verbonden geraakt. In de eerste eeuwen waren er Joodse gemeenten en gemeenten uit de volken. Later bijna alleen nog maar gemeenten uit de volken. Van luisteren was – vaak uit hoogmoed – lange tijd geen sprake meer. In Israël hoorde ik iemand zeggen: als de kerk uit de volken de band met Israël loslaat valt de kerk terug in het heidendom. Daarom wil het CIS luisteren, dienen en getuigen. Waar het kan willen we delen wat wij in en door Jezus de Messias hebben ontvangen.

Ik dank ieder hartelijk die de blogs van de HaPalmach Street heeft willen lezen.

Ds Rien Vrijhof, Jeruzalem

 

27 november 2017

Augustinus in Yad Vashem

Het is een must voor elke Europeaan die naar Jeruzalem komt: Yad VaShem, de herdenkingsplaats van de holocaust (door Joden de Sjoa genoemd, de vernietiging). In een hoog langwerpig en driehoekig gebouw word je aan de hand van een overweldigende hoeveelheid materiaal meegenomen door de jaren van de verschrikking. Je loopt langs foto’s, uitgestalde voorwerpen, maquettes, je ziet oude filmopnamen, op televisieschermen worden video’s getoond waarop overlevenden hun verhaal vertellen. Land na land komt aan de orde, ook Nederland. Je wordt steeds verder meegenomen in de ellende die de Joden in Europa is overkomen. Het is verbijsterend. Na de lange tocht door het gebouw loop je aan het eind iets omhoog. Het lijkt alsof het gebouw is opengebroken. En ineens sta je voor een prachtig uitzicht op de heuvels van Jeruzalem. Dat voelt als een opluchting na een beklemmende reis door de tijd.

Direct aan het begin van de expositie wordt kort de Europese geschiedenis van het antisemitisme getoond. Wat mij telkens raakt als ik daar loop is een paneel waarop de bekende beelden staan van de kerk als zegeverende koningin met daarnaast een geblinddoekte vrouw die Israël moet voorstellen. En er is nog iets op dat paneel dat me telkens raakt, en dat is een uitspraak van Augustinus over de Joden ‘Slay them not (the Jews)… scatter them abroad’, ‘Slacht ze niet af…, maar gooi ze eruit’. Het paneel noemt hem: een kerk-oudste uit de 5e  eeuw.

Augustinus kun je de kerkvader van Europa noemen. Een geliefde theoloog in de Rooms Katholieke Kerk en ook in de protestantse kerken in Europa. Hij stond aan de wieg van de Reformatie, want Maarten Luther was een Augustijner monnik. Augustinus zit in de genen van Europa. En juist daarom raakt mij in Yad VaShem het noemen van zijn naam. Het gaat daar over ‘mijn’ Augustinus. Zeker er zijn ook andere kerkvaders die beschamende uitspraken over de Joden hebben gedaan. De anti-Joodse preken van Chrysostomus zijn schokkend om te lezen. Maar Chrysostomus was geen Europeaan; hij leefde in het Midden Oosten.

Kun je Augustinus een notoire antisemiet noemen zoals de nazi’s? Nee, dat zou niet alleen een historische uitglijder zijn, maar het zou hem ook geen recht doen. Augustinus zag de Joden als de bewaarders van het Boek (het Oude Testament), die daarom niet uitgeroeid mochten worden, echter wel verbannen. Maar juist die oproep tot verbanning, dat wegstoppen, dat negeren, is dramatisch voor de kerk in Europa geweest. Augustinus in Yad VaShem zegt mij dat er een altijd pijnlijke plek in ons kerk-zijn is. En dat we daarom ook altijd attent moeten zijn  als we preken, theologie beoefenen en kerkelijke uitspraken doen. We zullen onszelf telkens moeten afvragen: zijn we wel of niet bezig het volk van de Joden te ‘verbannen’.

Ds Rien Vrijhof, Jeruzalem

23 november 2017

Het kruis en de gekruisigde

In Israël bestaat een zeer grote gevoeligheid voor het teken van het kruis. Voor veel Joden is het kruis het symbool van verworpenheid door de kerk, van geestelijke onderdrukking, van het verlies van identiteit. Het is vooral gevoelig als dit christelijke symbool dicht in de buurt komt van de Joodse gemeenschap. Dat kerken een kruis op hun torens hebben staan is tot daar aan toe. Dat in kerkgebouwen crucifixen hangen is de keuze van christenen. Maar als Joodse mensen een bijeenkomst moeten bezoeken in een gebouw waar een kruis hangt is dat een brug te ver.

Het is helemaal onverteerbaar als Joodse groeperingen in Israël die in Jezus als de Messias geloven op hun gebouw een kruis plaatsen. In messiaanse synagogen gebeurt dat dan ook niet. Wel ligt hier voor messiaanse Joden een groot pijnpunt, want zij erkennen de alles opofferende liefde van Jezus aan het kruis, en tegelijk kennen zij de geschiedenis van het kruis in de kerk. Ze hebben de gekruisigde lief en willen tegelijk solidair zijn met het Joodse volk waartoe ze behoren.

Ooit ontstond er binnen een messiaanse groep in Israël een conflict over het kruis in de samenkomsten. Een voorman van de groep had een boek geschreven: Het kruis in de Davidster. Die titel gaf precies zijn verlangen weer. In de samenkomsten van zijn gemeenschap hing een doek waarop de Davidster met daarin een kruis was afgebeeld. Na verloop van tijd kwam er oppositie vanuit de gemeenteleden. Want naast de eigen moeite met het kruisteken wilden die gemeenteleden ook belangstellenden niet confronteren met het symbool dat doet denken aan eeuwen van antisemitisme. Men wilde terug van het kruis naar de gekruisigde. Men vroeg zich af of door zo’n doek niet bij voorbaat de weg geblokkeerd wordt om de betekenis van het leven en sterven van Jezus te leren kennen. Een schrijnend dilemma.

De vraag is: kan het geloof in Messias Jezus zich in de Joodse samenleving (en ook daarbuiten?) verbeelden zonder het kruis? In het bekende kunstwerk in Arad van Rick Wienecke ‘Fountain of Tears’, waarin de kunstenaar het lijden van Jezus en het lijden in de Holocaust met elkaar verbindt, wordt Jezus afgebeeld zonder kruis, maar met uitgestrekte armen. Wel de gekruisigde, maar niet het kruishout. Het is een uitbeelding van begrip door de kunstenaar. Begrip voor de afkeer van het symbool dat zich in de geschiedenis zo vaak manifesteerde als een teken van macht. Tegelijk is het kunstwerk zo gemaakt dat geen afbreuk wordt gedaan aan de schande én de betekenis van het lijden van Jezus. Zou het niet goed zijn als de kerken in Israël, die er in grote getale zijn, zich kunstzinniger zouden uiten over de liefde van de uitgestrekte armen van Jezus? En misschien niet alleen de kerken in Israël, maar ook daarbuiten?

Ds Rien Vrijhof, Jeruzalem

13 november 2017

De zeven voor de zeventig

Het lijkt een raadselspreuk: de 7 voor de 70. Maar zo stond het wel op het kaartje dat ik kreeg van een jonge Joodse man. In de verte had ik zijn tafeltje met wat zwarte spullen erop al zien staan aan de rand van het wandelpad. Hij stond er in zijn keurige pak, hoed op, de gedenkkwasten duidelijk zichtbaar, wachtend op voorbijgangers. Toen ik aan kwam lopen vroeg hij of ik de gebedsriemen, die zwart blinkend op het tafeltje lagen, wilde aanleggen. Ik moest hem teleurstellen, want gebedsriemen zijn alleen voor Joodse mannen. Hij vroeg of ik Joods was. Ook daar moest ik nee op zeggen. Wacht, zei hij, dan heb ik iets anders voor u. En toen ik kreeg het kaartje met die aanduiding: de 7 voor de 70.

Het kaartje is een klein geschenk van de Chabad beweging; een organisatie die jonge Joodse mensen wil betrekken bij het Joodse geloof. Dat is nodig, want ook onder Joodse jongeren is veel synagoge-verlating. Maar Chabad heeft nog een tweede doel: en dat is de mensen uit de volken ertoe op te roepen als rechtvaardigen te leven. Hoe kunnen de volken dat doen? Door de 7 te houden. Dat zijn de 7 universele wetten die God via Noach aan de wereld heeft bekend gemaakt. De 7 voor de 70 betekent: God heeft een speciale relatie met Israël, aan wie Hij de 613 geboden en verboden heeft gegeven, maar voor de overige volken op aarde (die worden de 70 genoemd) zijn er 7 universele geboden.

Op het kaartje worden die 7 geboden kort omschreven: geloven in één God, God eren, het menselijke leven bewaren, familiebanden respecteren, niet stelen, geen vlees eten van dieren die nog leven, en zorgen voor een rechtvaardige samenleving. Wie de geschiedenis van Noach nauwkeurig naleest in de bijbel kan die regels eruit opdiepen.

Het zijn regels, die ook in het Nieuwe Testament een rol spelen. Als in het boek Handelingen de vraag op tafel komt hoe mensen uit de (70) volken die in Jezus gaan geloven zich zullen gedragen is de conclusie: in hun levenswijze hoeven zij zich niet te houden aan de 613 ge- en verboden die aan Israël zijn gegeven, maar kunnen ze volstaan met de geboden van Noach. In Hand 15 (NBV) lezen we dat de apostelen en de oudsten in Jeruzalem afspreken: ‘… dat we de heidenen die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen, maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf. In haast elke stad wordt de wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagogen voorgelezen.’ Wat deze regels precies inhielden konden in die tijd de gelovigen uit de heidenen overal in synagogen navragen. Dat is vandaag ook nog mogelijk, niet in iedere stad maar wel op het wereldwijde web!

Het kaartje van de jongeman van Chabad herinnerde mij aan de basale rechtvaardigheid die God van alle mensen vraagt, maar die vaak zo ver weg is. En ook begon ik me af te vragen of de kerk niet te gemakkelijk afscheid heeft genomen van de Jeruzalemse richtlijnen uit Hand. 15.

Ds Rien Vrijhof, Jeruzalem

7 november 2017

Een preek in steen

Net als in Nederland kent ook Jeruzalem een ‘open monumenten dag’. Tientallen gebouwen openden eind oktober hun deuren om geïnteresseerden kennis te laten maken met de architectonische bijzonderheden van de bouwwerken. Wij bezochten het YMCA-gebouw. Een schitterend gebouw ontworpen door de architect die ook het beroemde Empire State Building in New York vorm gaf. YMCA staat voor Young Men’s Christian Association. Deze in 1844 in Engeland opgerichte organisatie is de grootste oecumenische christelijke jongerenorganisatie ter wereld met ongeveer 45 miljoen leden uit meer dan 130 landen.

Het gebouw in Jeruzalem zou je super-oecumenisch kunnen noemen, want in het gebouw zijn teksten en motieven verwerkt uit de drie godsdiensten die teruggaan op Abraham: het Jodendom, het Christendom en de Islam. Zo is rechts aan de voorzijde van het gebouw in Hebreeuwse letters het ‘Sjema Israël’ te lezen, ‘Hoor Israël’. Het zijn de beginwoorden van Deuteronomium 6:4, waar de centrale belijdenis van Israël staat: ‘Hoor, Israël, de HERE is onze God, de HERE is Eén’. Links aan de voorzijde staat in Arabisch schrift de centrale tekst uit de Koran ‘Allah is groot’. Op twee zijvleugels, rechts en links van het hoofdgebouw, zijn een Engelse en een Duitse spreuk afgebeeld. De Duitse tekst is van de dichter Novalis: ‘Er is slechts één tempel in de wereld en dat is het menselijke lichaam’ (letterlijk vertaald). De Engelse tekst is een woord van de kerkvader Augustinus: ‘In wezenlijke zaken eenheid, in niet-wezenlijke zaken vrijheid, in alle dingen liefde’. Boven de ingang van het gebouw staan in Engels schrift woorden uit Jesaja 9:5 en 6 ‘zijn naam is wonderbare raadsman, de machtige God, de eeuwige vader,  de vredevorst.’ In de boog die de ingang vormt staan de vier wezens uit Openbaring 4 afgebeeld: een leeuw, een jonge stier, een gestalte als een mens en een adelaar. Er zijn overal verwijzingen naar Jezus; en zijn 12 discipelen staan hoog op de toren afgebeeld, uitkijkend over Jeruzalem. Het zijn maar enkele voorbeelden van een gebouw boordevol symboliek. De gids die ons rondleidde noemde het gebouw ‘een preek in steen’.

Een preek in steen. Het zette me aan het denken. Als een preek iets wil verkondigen, welke boodschap wordt mij als christen hier dan verkondigd?
In ieder geval een sympathieke boodschap. Hier wordt niet begonnen met wat mensen en godsdiensten van elkaar scheidt, maar wat verbindt. Hier wordt er niet op losgeslagen. Hier geen geslepen messen. In een gespannen wereld als het Midden Oosten kan dat geen kwaad. Tegelijk is het ook een zeer optimistische boodschap. Wanneer je vanaf de straat door een prachtige tuin naar het gebouw loopt, kun je niet om een tekst heen die zegt: ‘Hier is een plaats waar de sfeer vrede ademt, waar politieke en religieuze jaloezie vergeten kan worden en waar internationale eenheid wordt gekoesterd  en ontwikkeld.’ Dat is optimisme ten top.
De werkelijkheid is zo anders hier in en rondom de stad. De boodschap is ten slotte ook uitdagend. Als je gelooft dat er bij alle overkomst tussen Joden, moslims en christenen ook fundamentele verschillen zijn, hoe kun je dan je identiteit bewaren? Het gebouw daagt me uit me te onderscheiden. En is er een uitdagender onderscheid dan te leven in een overvloediger liefde in navolging van Jezus Messias?

Ds Rien Vrijhof, Jeruzalem

30 oktober 2017

De Sabbatstoeter

Iedereen die wel eens in de Oude Stad van Jeruzalem heeft gelopen heeft zal het hebben gehoord: luidsprekers die het doordringende geluid van de muezzin laten horen vanaf verschillende minaretten. Het is het geluid van de azan, de gebedsoproep voor de moslims. Wie wel eens in de buurt van de Oude Stad van Jeruzalem de nacht heeft doorgebracht, weet dat de muezzin ‘s morgens al heel vroeg zijn stem laat horen. Soms is het niet de levende stem die je hoort, maar een bandje dat wordt afgedraaid. Voor de hoorders maakt dat natuurlijk niets uit.

Ook kerken laten van zich horen in Jeruzalem. Op gezette tijden, maar nooit zo vroeg als de muezzin, galmen de kerkklokken over de huizen en de mensen in de Oude Stad. Iedereen wordt eraan herinnerd dat er kerken zijn en dat er diensten worden gehouden. Het luiden van de klokken heeft dezelfde functie als de gebedsoproep van de muezzin: het is tijd om een heilige plicht te vervullen.

Of het bij de moskeeën in de stad net zo is als bij de kerken weet ik niet, maar de klokken klinken meestal alleen voor de eigen parochie. Die eigen parochies van Grieks Orthodoxen, Kopten, Armeniërs, Rooms Katholieken, Protestanten en nog een heel aantal andere denominaties kennen een niet geringe onderlinge concurrentie. Zo nu en dan worden er zelfs vechtpartijen tussen geestelijken van verschillende kerken gemeld. Het is een wonder genoemd, dat er twee jaar geleden afspraken gemaakt konden worden om een deel van de Heilige Graf Kerk in Jeruzalem te restaureren. Daar was dreigend levensgevaar voor nodig om zover te komen. Bouwkundigen hadden vastgesteld dat een deel van de kerk op instorten stond. Er moest iets gebeuren, anders zou de kerk zelfs gesloten worden. Het is toen gebleken dat levensgevaar kerken bij elkaar kan brengen.

Maar hebben nu ook synagogen iets van geluid dat zich over iedereen uitstort? Het enige Joodse geluid waar ik tot voor kort van wist was het zingen van gebeden dat je kunt horen als je op sabbat een synagoge passeert. Je hoort dan geen versterkt geluid, geen klokken die ieders aandacht vragen, maar menselijk gezang waarmee God wordt aanbeden en aangeroepen. Dat was het wat ik tot voor kort wist.

Maar op de eerste dag van het Loofhuttenfeest, toen we in een loofhut zaten boven op het dak van een synagoge, hoorden we vlak voor de feestdag begon een sirene afgaan. Sommigen keken onzeker om zich heen, terwijl ze zich afvroegen wat dit geluid te betekenen had. Het antwoord kwam van de voorganger: laat niemand zich ongerust maken, dit is de sabbatstoeter van Jeruzalem. Het is één sirene die – laat in de middag – de komst van een feestdag aankondigt, als ook op vrijdagmiddag het begin van de sabbat. En hij vertelde erbij: dit gebeurt alleen in Jeruzalem, en op nog één andere plaats in het land. Verder nergens in Israël, en nergens in het buitenland.

Een sirene die de sabbat aankondigt, niet alleen voor de Joden, ook voor de mensen uit de volken. Maar wel heel bescheiden, want het gebeurt maar met één sirene in Jeruzalem. En dat is met moskeeën en kerken, en zelfs met het maandelijkse luchtalarm in Nederland wel anders. Is het ‘hinderlijk’ die sirene vlak voor de sabbat? Vaak vinden niet-moslims en niet-christenen de azan en de kerkklok maar een hinderlijk gebeuren. Je kunt je daar iets bij voorstellen. Maar die ene sabbatstoeter in de verte op vrijdagmiddag stoorde mij als vreemdeling in Jeruzalem niet. Ik moest denken aan het vierde gebod, waar wordt gezegd dat ook de vreemdeling zal profiteren van de rustdag!

Ds Rien Vrijhof, Jeruzalem

 

26 oktober 2017

Waar je voeten staan

Momenteel wonen verreweg de meeste Joden in twee landen: In Israël (ongeveer 6 miljoen) en in de Verenigde Staten (iets minder dan 6 miljoen). De overige 4 miljoen wonen in landen als Argentinië, Brazilië, Frankrijk, Zuid Afrika. Opmerkelijk is dat bijna alle Joden in de wereld wonen in hoog ontwikkelde en democratische landen. Die grote concentraties Joden in Israël en de Verenigde Staten geven onderzoekers een prachtkans om de opvattingen van beide groepen met elkaar te vergelijken. Een onderzoeker die dat doet is de Israëlische demograaf en statisticus Sergio DellaPergola, een expert op het gebied van de joodse wereldbevolking.

In een lezing over het Jodendom in Israël en Amerika gaf hij uitleg over wat de beide groepen Joden verenigd en wat hen van elkaar onderscheid. In een onderzoek vroeg hij aan Joden in beide gebieden wat bepalend is voor hun Jood-zijn. Het bleek dat de Amerikaanse Joden zeiden dat zij gestempeld zijn door allereerst de holocaust, dan door het geloof in God en als derde door het doen van gerechtigheid. De Israëlische Joden gaven andere antwoorden. Die zeiden: bepalend voor ons Jood-zijn is de band met de familie, het leven in het land Israël en als derde het leven na de holocaust. DellaPergola’s vraag was: hoe is dat te verklaren? En zijn antwoord: het maakt uit waar je voeten staan. Je omgeving is mede bepalend voor je opvattingen. Omdat Amerika een gelovig land is, ligt het voor de hand dat ook Joden het geloof in God als factor noemen voor hun identiteit. Is Israël dan geen gelovig land? Jeruzalem als stad is het zeker. Maar onderzoek toont aan dat 50% van de Joodse bevolking van Israël seculier is.

Een interessant punt uit een onderzoek onder jonge Joodse mensen in beide landen (’millenials’) wees uit dat jongeren in beide landen meer religieus zijn dan de generatie voor hen. Er is dus een toenemende religiositeit. Een punt waar de uitkomsten ver uiteen liepen was de vraag of de staat Israël genoeg doet om tot vrede te komen met de Palestijnen. Op dit punt toonde het onderzoek aan dat veel jonge Israëli’s vinden van wel, maar veel jonge Amerikaanse Joden vinden van niet. Ook hier was de verklaring van Sergio DellaPergola dat de voeten van de ene groep op een andere plaats staan dan die van de andere groep. Blijkbaar hebben de jonge Israeli’s door hun ervaring in het land geen geloof in een mogelijke vrede met de Palestijnen. De jonge Joodse Amerikanen die van een afstand kijken zien die mogelijkheden wel.

Wie er gelijk heeft? Dat is niet te zeggen. Je kunt alleen vaststellen dat het ertoe doet waar je voeten staan. En is dat niet waar in heel veel zaken en bij heel veel kwesties? Is onze visie niet bijna altijd verbonden met de plek waar onze voeten staan? Dat moet je bescheiden maken zonder op voorhand je visie in te leveren. Maar vanuit Nederland naar Israël kijken is nog wat anders dan vanuit Israël naar Israël kijken. Zo zette Sergio DellaPergola mij aan het denken over mijn kijk op Israël, maar ook over mijn kijk op andere landen, volken en culturen. Voortaan toch altijd maar die vraag meenemen: waar staan mijn voeten?

Ds Rien Vrijhof, Jeruzalem

17 oktober 2017

Schindler’s Bijbel

Wie kent niet de film van Steven Spielberg ‘Schindler’s list’? Een film over een man uit Oost Europa, Oskar Schindler, die door slim en dapper optreden 1200 Joden wist te redden van transport naar de concentratiekampen. In de gedenkplaats van de holocaust in Jeruzalem Yad WaShem, waar Israël de rechtvaardigen onder de volken eert die met gevaar voor eigen leven Joden van de ondergang hebben gered, staat ook een boom voor hem en zijn vrouw gepland.

Bij een boekpresentatie in Jeruzalem dook ineens zijn naam op. Misschien was dat te verwachten want één van de sprekers bij die presentatie was Rosemary Schindler, die inderdaad familie bleek te zijn. Het boek dat gepresenteerd werd bespreekt de psalmen 113 tot en met 118, de Hallel-psalmen. Rosemary Schindler, die ook pastor is en leiding geeft aan een christelijke zionistisch organisatie in Amerika, mocht vertellen wat het boek voor haar betekende. In de loop van haar verhaal noemde ze de naam van haar beroemde familielid Oskar Schindler, en vertelde ze over zijn bijzondere houding in de Tweede Wereld­oorlog. En toen liet ze hem zien: de bijbel die aan hem had toebehoord. Een dikke bruingekleurde Duitse bijbel, Schindler’s bijbel.

Het deed me wat ineens die bijbel te zien. Alsof dat bijzondere verleden een stap dichterbij kwam. Oskar stamde uit een rooms-katholieke familie, maar de bijbel was geen Vulgaat, zoals je zou verwachten, het was de Lutherbijbel. Rosemary wees daarop. Ze liet het aan de zaal zien: de bijbelvertaling van Maarten Luther… En ze liet erop volgen: …die zulke vreselijke dingen over de Joden heeft geschreven. Het boek over de Hallel-psalmen had haar weer duidelijk gemaakt dat van christenen een andere visie en houding tegenover de Joden als volk van God wordt verwacht. Schindler’s bijbel vertelde haar dat we niet de vertaler van de bijbel moeten volgen, maar de bijbel zelf.

Ja, Maarten Luther zal in verband met de Reformatieherdenking ook ons hier in Israël nog flink gaan bezighouden. Er zijn al verschillende tentoonstellingen en symposia aangekondigd. En op 31 oktober zal er een internationale Reformatie­dienst in de Erlöserkirche (in het Engels, Duits en Arabisch) worden gehouden, met na afloop een receptie (!). Het zal goed zijn te denken aan Maarten Luther die veel goeds deed – ook als vertaler van de bijbel – en die toch in een duistere val liep, terwijl zijn bijbel anders vertelde. Dat had Oskar Schindler begrepen. Met het zien van Schindler’s bijbel prikte de vraag in ieders richting: hebben wij het ook begrepen?

Ds Rien Vrijhof, Jeruzalem

 

17 oktober 2017

Eerbetoon uit Litouwen

We waren uitgenodigd door een Joodse organisatie die zich inzet voor goede betrekkingen met christenen. Wekelijks organiseren zij een bijbelstudie voor christenen over het gedeelte uit de Thora dat die week in de synagoge aan de orde is. Deze keer boden ze een ander programma aan op een bijzondere locatie: we werden uitgenodigd in de mooie intieme Italiaanse synagoge, die te vinden is op de tweede verdieping van een groot statig gebouw in de binnenstad van Jeruzalem.

Alles in de Italiaanse synagoge is klein. Bij binnenkomst loop je meteen tegen de bima aan, het verhoogde gedeelte waarop tijdens een dienst uit de Thora wordt gelezen. Op de uitnodiging stond dat er niet meer dan 50 mensen in konden; en dat klopt ook. Maar die mensen moeten dan wel klein zijn, ook om er te zitten. Want kerkbanken in Nederland hebben soms een smalle zitting, maar deze synagogebanken zijn wel heel smal, 20 cm zitvlak. Je schuift er voortdurend vanaf. Mooi is weer wel dat je er rond kunt zitten en zo iedereen kunt zien. Er is ook een bovenverdieping voor de vrouwen, waar zij achter klapramen zitten die het voordeel hebben dat de vrouwen die zelf open en dicht kunnen doen.

In de uitnodiging staat dat er een ‘selichot musical concert’ zal worden gegeven door een muziekgroep uit Litouwen onder leiding van maestro Andres Mustonen. Selichot zijn de gebeden om vergeving die in de tijd van de gedenkdagen in het najaar voortdurend in de synagoge worden gezongen. Ook wordt er uitleg gegeven over die gebeden. De inleider stelt de vraag: waarom komt het woord vergeving (als daad van God) pas voor het eerst voor in Exodus 24? Waren er daarvoor geen zonden om te vergeven? In de Joodse traditie wordt als antwoord gegeven: de mensen moesten eerst leren vergeving nodig te hebben. Maar hebben ze dat dan geleerd? Ja, dat blijkt uit het eind van Genesis als de broers van Jozef hem schuldbewust om vergeving vragen voor wat zij allemaal verkeerd hebben gedaan ten opzichte van hem. Die gebeurtenis zet de toon voor het boek Exodus. Niet langer zal eerwraak, vergelding, oog om oog tand om tand beslissend zijn, maar God heeft de mens de weg geleerd van de vergeving, waardoor een nieuw begin mogelijk is. God laat zich kennen als een vergevende God.

De muziekgroep uit Litouwen bestaat uit 8 muzikanten, en – heel merkwaardig – geen van hen is Joods. Ze vertellen dat in Litouwen bijna geen Joden meer wonen, terwijl er voor de Sjoah, de vernietiging, een grote Joodse gemeenschap was. Om de gedachte aan de Joden in Litouwen levend te houden wil de zanggroep de Joodse liederen bewaren. En nu zijn ze in Israël om dat ook hier te laten horen. Een verrassend initiatief. Het doet me denken aan de Nederlandse stichting Boete en Verzoening. Een stichting die volgens de website tot doel heeft ‘christenen in Europa bewust te maken van het feit dat het Joodse volk in de eerste plaats, maar ook anderen (nazaten van slaven, volken van de koloniën en moslims) in het verleden veel kwaad is aangedaan’. Door het opknappen van Joodse begraafplaatsen wil de stichting meewerken aan het bewaren van de Joodse erfenis in ons land. Eenzelfde doel streeft die Litouwse muziekgroep na door het zingen van Joodse liederen. We maken een prachtig concert mee in een prachtige synagoge.

Ds Rien Vrijhof, Jeruzalem