Loofhutten-féést

Her en der verschijnen nu de Loofhutten (Soekot). Volgens het gebod in Leviticus 23:42-43. Een Nederlands-Joods kinderliedje zingt: “Vier muurtjes en een dak van riet, meer is het niet.” Een hut, met een dak van loof – met lek en gebrek.

Je gaat even terug naar de tijd in de woestijn (vs. 43). Niet alleen in gedachten, maar op een manier dat je iets daarvan ervaart. Natuurlijk was het in de woestijn nog wel anders, al die jaren. Maar toch: je doet in zo’n loofhut wel wat stapjes terug. Maar voor de kinderen is het een feest – en voor de grote mensen ook. Net zoals kamperen wat heeft. Wel een aparte combinatie: plezier hebben in niet je vaste en zekere woning, maar bivakkeren in een schamel hutje, leven en slapen onder dak waardoorheen je zomaar de hemel kunt zien. Op een feestelijke manier kwets­baar­heid en afhankelijkheid beleven. Terug naar basic leven.

Bij de soeka hoort ook met het besef dat ook wij nog onderweg zijn. En het bedenken hoe kwetsbaar ons leven is, onze “aardse tent” (2 Cor. 5:1), ons levenshuis, heel ons bestaan. Je kunt denken onder de pannen te zijn, je kunt van je huis een paleis of een burcht maken – kwetsbaar blijf je. In de soeka laat je al die vastheid achter je, om de vreugde te beleven van afhankelijk onderweg zijn.

De soeka moet een lek dak hebben – zo dat de regen kan binnenkomen, maar ook zo dat je de hemel kunt zien. Open naar de hemel, dat is een belangrijk punt.

De soeka is ook open voor anderen. We hebben al een paar uitnodigingen gekregen. Bij Soekot hoort ook gasten ontvangen, elkaar opzoeken in de soeka, die ieder op z’n eigen manier opgezet, ingericht en versierd heeft. Dat hoort er bij: dat je er wel wat van maakt.

Samenvatting van wat ik schreef als kopij voor een gemeenteblad
Zie: www.centrumvoorisraelstudies.nl/kopij/soekot.php