De Loelav

Op alle dagen van het Loofhuttenfeest – behalve op Sjabbat – zie je mensen lopen met een Loelav: een bundel met een palmtak, een wilgentak, een mirtetak en een etrog (een vrucht die lijkt op een citroen). Naar het gebod in Leviticus 23:40 (“op de eerste dag van het Loofhuttenfeest moet je nemen de vrucht van sierlijke bomen, takken van palmbomen, twijgen van loofbomen en beekwilgen”)

Aan de 4 soorten zijn verschillende gedachten aan verbonden. Bijvoorbeeld:

De etrog heeft smaak en reuk;
– zo zijn er in het joodse volk mensen met tora-kennis en goede daden.
De palmtak heeft smaak maar geen geur;
– zo zijn er met tora-kennis maar die het geleerde niet in praktijk brengen.
De mirte heeft geur maar geen smaak;
– zo zijn er met goede daden, maar zonder kennis van de tora.
De wilgetak heeft smaak noch geur;
– zo zijn er die geen tora-kennis en geen goede daden hebben.
De Eeuwige zegt: ‘neemt hen allen samen tot één bundel, vormt een éénheid; de één zal voor de ander verzoening voor Mij doen.’

man met loelav
Een andere gedachte, bij het bidden met de loelav, is:

Bid met al wat je hebt en bent: de palmtak staat voor de ruggengraat (naar de vorm van deze rechte tak), de mirtetak voor de ogen (naar de vorm van de blaadjes), de beekwilg voor de mond (idem) en de etrog voor het hart.

De Loelav bewogen bij het Hosanna. Of, completer en precieser naar het He­breeuws: “Ana, Adonai, hosjie’a na”, “Och, HERE, “red toch”.
Bij deze woorden wordt de loelav naar verschillende richtingen bewogen: eerst van zuid naar west naar noord naar oost, en dan aan die kant nog omlaag en omhoog.