Grote schoonmaak

In de tijd voor Pesach is iedereen hier druk met de grote schoonmaak. In gesprekken gaat het al gauw over: hoe ver ben jij nu met de schoonmaak?

Het gaat niet om zomaar een voorjaarsschoonmaak. Voor Pesach moet alle gist (oftewel ‘zuurdesem’) verwijderd zijn uit je huis. Want:

Van de avond van de veertiende dag van de eerste maand tot de avond van de eenentwintigste dag van die maand moeten jullie ongedesemd brood eten. Gedurende die zeven dagen mag er geen zuurdesem in jullie huizen te vinden zijn… (Exodus 12:18-19)

Alles wat gist bevat: brood, koek, bier etc. moet weg, uit heel je huis, maar ook uit je schuur en je auto en wat er maar van jou is. Er komt dus nogal wat bij kijken. Men begint met de minder gebruikte vertrekken, en op het laatst komen de woonkamer en dan nog de keuken aan de beurt. In tehuizen wordt er een briefje op een schoongemaakte kamer geplakt: Koosjer voor Pesach.

De dag voor Pesach wordt alles nog eens nauwkeurig onderzocht. De kinderen worden erbij betrokken. Met een kaars, een veer, een houten lepel en een papieren tas gaat men het hele huis rond. Is er nog ergens iets te vinden? Ja – in elk geval nog een paar stukjes brood die expres nog verstopt zijn. Als alles gevonden is gaat het – met de veer en de lepel – in de papieren tas, en dan wordt het op straat verbrand.

Op deze manier wordt wel heel nadrukkelijk gemarkeerd dat je met Pesach een nieuw begin maakt. Er mag niets van het oude meer overblijven. Heel zorgvuldig ga je alles nog eens na.

In het Nieuwe Testament wijst Paulus op. In 1 Corinthiërs 5:6-8:

Weet u niet dat al een beetje desem het hele deeg zuur maakt? Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg. U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht. Laten we daarom het feest niet vieren met de oude desem van kwaad en ontucht, maar met het ongedesemde brood van reinheid en waarheid.

In de context gaat het over zonden in de gemeente, over het moeten breken met mensen die in grove zonde leven. Maar je kunt ook denken aan zonden in je persoonlijk leven.

Wat ik hier mensen zie doen samen met wat ik bij Paulus lees, is voor mij een aansporing om, ter voorbereiding voor het feest van “ons Pesachlam”, heel mijn levenshuis nog eens door te gaan, en overal te kijken of er (kiemen) van van het oude zijn, die ik moet wegdoen. Beseffend dat, net als als gist, ook zonde iets is dat – vaak verborgen – doorwerkt. Ook een klein beetje tast uiteindelijk alles aan. Daarom komt het er op aan die grote schoonmaak goed te doen!