Memorial Day

In 2013 is maandag 15 april Jom haZikkaron, de Memorial Day. Deze dag hoort bij Jom ha’Atsma’oet, de Onafhankelijkheidsdag, die de volgende dag wordt gevierd. Dit jaar is het 65 jaar geleden dat op 15 mei 1948 de staat Israël werd uitgeroepen. Op de Joodse kalender was het 5 iyyar. In 2013 is de viering een dag later, op 6 iyyar = 16 april; men wil deze dagen niet direct voor of na de sjabbat laten vallen.

Op Memorial Day worden allen herdacht, die gevallen zijn in de oorlogen die Israël heeft gevoerd, of door terreuraanslagen. Dat zijn er 23.085 op dit moment.

De dag begon met het geluid van de sirene, één minuut lang – op zondag 14 april om 20.00 uur. Aansluitend waren er plechtigheden bij de Kotel (de zgn. ‘Klaag­muur’).

De volgende dag gingen veel mensen naar begraafplaatsen. Wij zijn op de Herzl-berg geweest, waar de nationale militaire begraafplaats is. Hij heet ook wel Har haZikkaron (Berg van de gedachtenis). Daar verzamelden zich vele duizenden mensen. Bij de ingang werden gratis bloemen uitgedeeld, speciale kaarsen ter gedachtenis, en kaartjes met gebeden, voor gebruik bij één of meerdere graven. Tegen de tijd dat de sirene twee minuten zou gaan klinken stond het overal rond de graven stampvol mensen.

Wij stonden bij een gedeelte met slachtoffers van de Jom Kipoer-oorlog, nu 40 jaar geleden. Bij een aantal graven zaten ouders, nu (hoog)bejaard. Maar er waren ook veel jongeren en soldaten. De enorme aantallen – van gevallenen, maar nu ook van treurenden en meelevenden – maakte grote indruk op ons.

We bezochten samen met een klein groepje mensen een paar graven, van soldaten van wie we ook het verhaal hoorden. Een ervan was Nechemja Ganor, op 22-jarige leeftijd gesneuveld in de Sinaï, zoon van een man die Tineke goed kent in verband met haar werk als vrijwilli­gster bij de stichting Elah. De vader was niet bij het graf; hij maakte elders een plechtigheid mee. Bij het graf troffen we een soldaat die daar gebeden zei. Hij vertelde hoe soldaten die niet al een speciaal graf hebben te bezoeken er een toegewezen krijgen. Omdat er bij dat graf al mensen waren, en hij zag dat er op dat moment bij dit graf niemand was, bleef hij hier staan. Over en weer deed het goed te zien dat er ook dit graf aan­dacht kreeg. Het stilstaan bij een paar van de graven in het bijzonder, en dat we daar iets hoorden over zomaar een paar van de vele levens, maakte het nog indrukwekkender voor ons.