Van verdriet naar vreugde

Op de Herzl-berg vond op 15 april nog een plechtigheid plaats: na zonsonder­gang begon de nieuwe dag, de Onafhankelijkheidsdag. Dus werd vanavond de vlag die halfstok hing gehesen; zo begon de vreugde over het – nu 65 jaar – bestaan van de staat Israël.

Er wordt wel voor gepleit om de Dag van de Gedachtenis en de Dag van de Onaf­hankelijkheid van elkaar los te maken. Nu valt voor velen de schaduw van de her­innering loodzwaar over de viering. Maar dat zal hoe dan ook wel blijven: de prijs voor wat nu gevierd mag worden is enorm.

Wij maakten de overgang van Memorial Day naar Independance Day mee in de synagoge Shira Chadasha, waar de overgang van verdriet naar vreugde op een bijzondere manier gestalte kreeg.

Het begon met een aantal teksten, gedichten en liederen vol verdriet en vragen. Daarna konden mensen namen noemen van – en heel kort iets vertellen over – geliefden die gesneuveld zijn. Vervolgens werd weer – zoals ook na de twee minuten stilte die morgen, het gebed voor de omgekomenen gezegd.

Daarna werd de overgang gemaakt naar de vreugde, met twee liederen (“weerhoud je stem van geween…”, vgl. Jer. 31:16, en “zo zij het; al wat wij vragen, laat het zo zijn”) , met Psalm 107, 97 en 98, en enkele coupletten van het lied voor de ontvangst van de sjabbat, maar nu met als refrein: “dit is de dag die de Here gemaakt heeft, laten we blij zijn en ons verheugen”.

Aansluitend werd het Hallel (Psalm 113-118) gezongen, met grote inzet en vreugde. Aan het eind werd Psalm 126 gezongen, en de geloofsbelijdenis: “Ik geloof in de komst van de Messias; ook al toeft Hij, toch zal ik Hem verwach­ten, elke dag.”