De nacht van Sjavoe’ot

Het is vandaag (15 mei) Sjavoe’ot, het Wekenfeest. Omdat de dagen hier na zonsondergang beginnen, begon Sjavoe’ot gisterenavond al. En goed ook! Op dit feest wordt gevierd dat de Here op de Sinaï de Tora aan Mozes gaf. Dat gebeurt onder andere met dat velen in de Nacht van Sjavoe’ot zich bezig houden met het bestuderen van de Tora of met onderwerpen die daarop betrekking hebben. Ik vond het een bijzondere ervaring om daar op verschillende manieren aan mee te doen.

Ik was eerst bij de Christ Church, ‘onze’ gemeente, waar ook een speciaal programma was. Eerst waren er vier lezingen over het over grenzen heen gaan. Eigenlijk waren het meer persoonlijke verhalen. Het eerste van een Duitse vrouw die in Israël is terechtgekomen en heel wat meegemaakt heeft als het gaat om de relatie Israëlische en Duitse jongeren. Het tweede ging over hoe iemand die in Turkije missionair werk deed daar trouwde met een Armeense. Het derde was van een indrukwekkend verhaal van twee jongens uit Eritrea, die in handen gevallen zijn van nomaden in de Sinaï en voor wie losgeld werd gevraagd; ondertussen werden ze vreselijk gemarteld. Bij één van beiden was er van de handen weinig over: doordat hij daaraan was opgehangen en ze afgekneld werden zijn ze gaan afsterven. Tenslotte vertelde één van de voorgangers van Christ Church hoe hij – afkomstig uit Noord-Ierland – in een heftige situatie werd geconfronteerd met de moordenaar van zijn vriend en diens vrouw, en hoe dat een heel bijzondere ontmoeting werd.

Daarna was er een concert van The Master’s College, een koor van studenten uit Californië. Er werd heel goed gezongen. Bijzonder daarbij was dat ze een deel van de liederen zongen in een bijzondere opstelling: ze stonden langs de muren van de kerk, dus om het publiek heen. Solisten stonden op de gaanderij. Ze werd de kerk op een bijzondere manier gevuld met heerlijke muziek.

Tegen twaalven ging ik naar de Yedidya-synagoge. Evenals in andere synagogen was hier een programma van lezingen. De eerste – over de Kabbala – was aan mij niet besteed, maar de volgende des te meer. Het ging over het Hebreeuws als taal van de openbaring, over de Tora-lezing – in het Hebreeuws of (ook) in een vertaling? – en over hoe de 10 woorden deel van het dagelijks gebed van Joden geweest is, en over waarom dat nu niet meer zo is.

Tussendoor werd er overal goed gezorgd voor ‘de inwendige mens’. Speciaal bij Sjavoe’ot horen dan kwarktaart en andere baksels met zuivel, en gedroogde vruchten (een herinnering aan dat het oorspronkelijk een oogstfeest was).

Met dat al werd het vier uur. Ik ben toen naar de Kotel (de zgn. Klaagmuur) gegaan – temidden van velen, die in deze nacht op weg waren. Het was bij de Kotel erg druk, en het werd nog steeds maar drukker. Bij het aanbreken van de nieuwe dag was er over het ochtendgebed, en werd er ook uit de Tora gelezen. Ook werd het boek Ruth gelezen.

Sjavoe’ot - aanbreken van de dag
Sjavoe’ot - aanbreken van de dag
 

Het plein bij de Koteel, stampvol voor zonsopgang

Ons Pinksterfeest (van Pentakostè, ‘vijftigste’) is begonnen op de viering van het Wekenfeest. Wellicht ook na een bijzondere Nacht van Sjavoe’ot
(voor meer, zie www.centrumvoorisraelstudies.nl/kopij/Sjavoeot.php)