Lezing na middernacht

Als ik vertel dat ik om drie uur ’s nachts een lezing bijwoonde over de tien geboden, zal een religieuze Jood meteen kunnen raden in welke nacht van het jaar dat was. Natuurlijk in de nacht van het Wekenfeest (Leel Sjavoe’ot). Op het Wekenfeest wordt herdacht hoe de HERE vanaf de Sinaï de Tora heeft gegeven. De nacht wordt door velen wakend doorgebracht en gewijd aan studie van de Tora.

Het onderwerp van de lezing was: de plaats van de Tien Woorden (die wij de Tien Geboden noemen). Dat past dus ook helemaal bij dit moment. In het morgengebed op het Wekenfeest worden de Tien Woorden ook gelezen, en daarbij gaat men eerbiedig staan.
Dat is dan echter normaliter ook meteen het enige moment dat de Tien Woorden apart worden gelezen (buiten hoe ze gewoon aan de beurt komen in de jaarlijkse Tora-lezingen). En een tijd lang gingen velen er juist bewust níet bij staan. Wat zit daar achter?

Daarover hield rabbi David Golinkin een boeiend verhaal, waarbij het me ook op dit tijdstip van de nacht niet moeilijk viel om wakker te blijven.

Aanvankelijk namen de Tien Woorden een bijzondere plaats in. Het Oude Testament geeft daar aanleiding toe. In Deuteronomium 4:13 zegt Mozes: “Hij maakte u Zijn verbond bekend, dat Hij u beval te doen, de Tien Woorden, en Hij schreef ze op twee stenen tafelen” (vgl. Deut. 10:4). In Psalm 50 (vers 7, 18-19), Psalm 81 (vers 10-11), Hosea 4:1-2 en Jeremia 7:9 komen we verwijzingen tegen.
In die lijn zag Philo van Alexandrië (eerste eeuw na Chr.) in de Tien Woorden de essentie van het de Tora; daarin wordt in detail uitgewerkt wat de Tien Woorden  in compacte vorm zeggen. De Jeruzalemse Talmoed gebruikt daarvoor een beeld (rond 500 na Chr.): “Zoals een zee hoge golven heeft, en daartussen kleinere, zo heb je de Tien Woorden, met een menigte verfijningen en bijzondere geboden van de Tora daartussenin.”

Waarom worden dan in het jodendom de Tien Woorden niet iedere dag gereciteerd? Dat gebeurt wel met het Sjema (Deut. 6:4-9; ook Deut. 11:13-21 en Num. 15: 37-41 worden dan steeds gezegd), en het Lied van Mozes bij de Rietzee (Exodus 15). Waarom dan niet de Tien Woorden?

Er zijn sterke aanwijzingen dat dit wel gebeurde in de tijd van de Tweede Tempel (de laatste eeuwen voor Chr., tot de verwoesting in 70 na Chr.) In Qumran zijn minstens drie rollen ontdekt waar de Tien Woorden en het Sjema samen voorkomen, met nog enkele andere passages uit Exodus en Deuteronomium; het lijkt hier te gaan om teksten die in een gebed gereciteerd werden. In de Misjna wordt ergens gesteld dat priesters in de tempel iedere morgen de Tien Woorden, het Sjema, nog enkele teksten en gebeden en dan ook de priesterlijke zegen uitspraken.  Er is ook over gediscussieerd of niet de Tien Woorden in de Tefilien (de kastjes aan de gebedsriemen) zouden moeten komen. Er zijn in Qumran zeven resten van teksten voor de Tefilien ontdekt die ook de Tien Woorden bevatten. De kerkvader Hieronymus (die leefde in Israël, 342-420) spreekt erover dat de Tien Woorden ook in zijn dagen nog in de Tefilien zouden zijn opgenomen.

Zo wordt de vraag nog boeiender wat dan maakte dat de Tien Woorden later naar de achtergrond werden gedrongen? Een antwoord is te vinden in de Jeruzalemse Talmoed:

Rav Matana en Rabbi Sjmoe’el bar Nachman zeiden: “Het zou gepast zijn om de Tien Woorden elke dag te lezen; waarom doen we dat niet? Vanwege het drijven van ketters, opdat die niet zeggen: alleen deze geboden zijn op de Sinaï aan Mozes gegeven.”

Ook in de Babylonische Talmoed wordt gezegd dat de lezing van de Tien Woorden afgeschaft is vanwege ketters. Bij die ketters kan het gaan om de vroege christenen, maar er wordt ook wel gedacht aan Philo of Gnostici of Samaritanen of een groep Joden in de derde eeuw. In elk geval ging het om de vraag of Mozes alleen de Tien Woorden ontving, of het geheel van de Tora, met 613 geboden.
Toen later Maimonides de gewoonte om bij het lezen van de Tien Woorden te gaan staan wilde afschaffen was ook zijn argument: “Ze denken dat in de Tora sprake is van verschillende niveaus en dat sommige gedeelten beter zijn dan andere; dit is zeer schadelijk.” Denk niet dat bepaalde gedeelten van de Tora heiliger zijn dan andere!

Toch zijn er de eeuwen door ook andere geluiden geweest. R. Jacob ben Asjer (Spanje, -1340) stelde dat het goed is om ook Akeda (de Binding van Izaäk, Gen. 22) en de geschiedenis van het Manna (Exodus 16), en dan ook de Tien Woorden te reciteren vóór het ochtendgebed. Anderen namen dit over, met de beperking dat dat alleen voor bij de persoonlijke gebeden geldt, niet voor het gemeenschappelijke gebed. Enkele moderne gebedenboeken hebben ook de Tien Woorden opgenomen, aan het einde van het morgen­gebed of in een speciale afdeling. Daarmee wordt het belang van de Tien Woorden onderkend, én het gevaar van de gedachte dat het alleen of vooral om deze geboden zou gaan.