Vasten

Jom Kipoer, de Grote Verzoendag, is weer voorbij. Het was ook nu weer een zeer indrukwekkende dag voor ons, net als vorig jaar (zie daarover: Grote Verzoendag)

We hebben gevast. Niet zo streng als velen hier dat doen. Bij dit vasten hoort ook dat je niet mag drinken. Dat maakt het wel heel zwaar op een dag als vandaag, waarop het hier 34° is geweest. Wij hebben wel water gedronken. We hebben des te meer bewondering voor degenen die ook dat niet doen. Dan is het heel zwaar, zeker voor oudere mensen. En ook voor diegenen die als voorzanger optreden in de diensten – daar wordt op deze dag wel heel veel van gevraagd!

Bijna de hele dag door wordt er in de synagoge gebeden. Bij het morgengebed dat ik vanmorgen meemaakte – de langste van deze dag – was ik minstens een uur te laat, en ik heb er evengoed nog ruim 4 uur gezeten. Of eigenlijk: het merendeel daarvan hebben we gestaan.

Op Jom Kipoer wordt uit de tora gelezen: uit Leviticus 16, en Numeri 29. Er is ook een profetenlezing (haftara): Jesaja 57:14-58:14. Wat een sprekende woorden voor deze dag:

Enerzijds de woorden over hoe de Here wil wonen bij verbroken mensen:

‘zo zegt de Hoge en Verhevene,
die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is:
In den hoge en in het heilige woon Ik
en bij de verbrijzelde en nederige van geest,
om de geest der nederigen en het hart der verbrijzelden te doen opleven.’

(Jesaja 57:15; lees heel 57:14-21!)

Anderzijds de woorden over het vasten:

‘Zou dit het vasten zijn, dat Ik verkies,
een dag, waarop de mens zichzelf verootmoedigt:
dat hij zijn hoofd laat hangen als een bieze
en zich rouwgewaad en as tot een leger spreidt?
Noemt gij dat een vasten,
dat een dag die de Here welgevallig is?

Is dit niet het vasten dat Ik verkies:
de boeien der goddeloosheid los te maken,
de banden van het juk te ontbinden,
verdrukten vrij te laten en elk juk te verbreken?
Is het niet, dat gij voor de hongerige uw brood breekt
en arme zwervelingen in uw huis brengt,
ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt
en u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed?

Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad
en uw wond zich spoedig sluiten;
uw heil zal voor u uit gaan,
de heerlijkheid des Heren zal uw achterhoede zijn.’

(Jesaja 58:5-8; lees heel het hoofdstuk!)

Dat het bij vasten om meer, en uiteindelijk om nog iets anders gaat, maakt het letterlijk vasten niet overbodig of betekenisloos. Vasten dat niet plaatsvervangend is voor gehoorzaamheid, maar daar juist direct mee verbonden en daar ook een uiting van, is betekenisvol.

Overigens is het goed om te bedenken wat met zoveel woorden is geboden bij de Grote Verzoendag: ‘Gij zult u verootmoedigen’ (Lev. 16:29,31; Num. 29:7). In Psalm 35:13 wordt daar het vasten bij betrokken, en het woord dat hier vertaald is met ‘zich verootmoedigen’ kan toe­gespitst betekenen ‘vasten’ (bv. Jesaja 58:3), maar is toch in principe breder en dieper.