Te gast in de Soeka

Op de eerste avond van Soekot (Loofhuttenfeest) waren Tineke en ik – met een aantal Nederlandse ‘collega’s’ van het vrijwilligerswerk dat Tineke doet – uitgenodigd voor een maaltijd in de Soeka. We hebben genoten van enorme gastvrijheid, een prima maaltijd, veel gezelligheid en goede gesprekken.

De gastvrijheid is in Israël vaak groot, maar op de zeven dagen van Soekot is dat nog meer dan anders. Dat komt op een bijzondere manier naar voren in de film Ushpizin, waarover hieronder meer.

Met oesjpizien worden hele speciale gasten bedoeld. Het is gewoonte geworden om Bijbelse gasten uit te nodigen. Doorgaans, op de achtereen­volgende dagen: Abraham, Izaäk, Jakob, Jozef, Mozes, Aäron en David (en hun vrouwen, of ook: Miriam, Debora en Esther). Aan de ‘gast’ wordt bijzondere aandacht besteed.

In ons geval ging het om Abraham. Op de tafel lag een verzameling van boekjes met tekeningen over deze aartsvader. Toen we aan tafel gegaan waren werd er eerst over iets van Abraham doorgesproken. In ons geval werd aangeknoopt bij wat Abraham deed toen zijn vrouw Sara overleden was (Genesis 23). We spraken erover door wat de gebruiken rond dood en begrafenis zijn in Israël – en ook in Nederland. Een voor de aanwezige gasten actueel onderwerp, vanwege recente sterfgevallen in de kring van bejaarden om wie het in het vrijwilliger­swerk gaat: mensen die de oorlog in Nederland hebben meegemaakt.

Op deze avond werd ik attent gemaakt op de film Ushpizin, waarin het thema van de gastvrijheid een wel heel bijzondere uitwerking krijgt. Ook andere dingen die bij Soekot horen komen hier naar voren. De film speelt in de kring van ultra-orthodoxen, waar het er nog wel weer anders aan toe gaat dan bij de gemiddelde Israëli’s. Maar een aantal gebruiken – zoals de loelav en de bewegingen daarmee – zie je hier overal.