Sjabbat in Soekot

Vanmorgen was het een bijzondere dienst. Vanwege Loofhuttenfeest (Soekot) nog een beetje langer dan we hier gewend zijn. Ik was er om kwart over negen; toen was er al wel een aantal mensen aan het bidden, maar rond half tien begon het echt vol te lopen. Het duurde tot bijna één uur. Maar het was al die tijd de moeite waard.

Bijzonder op deze sjabbat tijdens Soekot waren:

  • Het Hallel: de Psalmen 113 t/m 118, die vol overgave werden gezongen. Niet maar enkele verzen, maar steeds de hele Psalm. Sommige gedeelten springen er dan nog uit door een bijzondere melodie en/of herhaling. Extra nadruk krijgt het Hosanna uit Psalm 118:25. Daar staat ‘Geef toch heil!’ of ‘Geef toch redding!’; in het Hebreeuws Hosjie’a na! Hier komt ons Hosanna vandaan, dat dus eigenlijk niet een lofprijzingswoord is, maar een gebed om redding. Na het Hallel klinken er nog meer beden met dit refrein.
    Tijdens het Loofhuttenfeest klinkt elke dag keer op keer het ‘Hosanna’. De andere dagen wordt daarbij de Loelav (de bundel die in Leviticus 23:40 wordt voorgeschreven) naar verschillende kanten bewogen. Op sjabbat wordt de Loelav niet meegedragen naar de dienst. Maar Hosanna en Loelav (met prominent een palmtak daarin) horen hier wel bij elkaar.
  • De lezing van het boek Prediker, direct na het Hallel, en best wel een contrast daarmee. Vanuit de hooggestemde jubel en de grote woorden over heil naar het ‘Lucht en leegte’ van de Prediker. Het hele boek werd gelezen, of beter: gezongen. Door twee mannen, die allebei een helft voor hun rekening namen; een niet geringe opgave. Als het boek zo helemaal klinkt valt wel heel bijzonder het telkens herhaalde ‘ijdelheid’ en ‘najagen van wind’ op.
    Het past bij Loofhuttenfeest, waarbij je een week uit je gewone leven in je vaste woning stapt en leeft in een wankel hutje. Dat bepaalt je bij je afhankelijkheid en de wankelheid en betrekkelijkheid van dingen.
  • De lezing uit de Tora is – evenals op Pesach – uit Exodus: 33:12-34:26. Daar gaat het erover hoe Mozes bij zijn voorbede voor Israël na de zonde met het gouden kalf vraagt de HERE te mogen zien. Het antwoord wordt vooral in woorden gegeven: Mozes kreeg meer te horen dan te zien. De woorden die de HERE roept als Hij komt zijn: ‘HERE, HERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar de schuldige houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtigheid der vaderen bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.’ (Exodus 34:6-7) Deze woorden, waarin 13 middot (‘eigenschappen’) van de HERE worden onderscheiden, spelen een belangrijke rol in de gebeden, met name op vastendagen en in de slichot, de beden om vergeving. Voor een rooster van de lezingen op bijzondere dagen, zie: www.kerkenisrael.nl/info/lezingen_jomtov.php
  • De profetenlezing was: Ezechiël 38:18-39:16. Daar gaat het over Gog en Magog. Temidden van veel wat niet zo makkelijk te verklaren is staan deze geweldige woorden: ‘Ik zal mijn heilige naam bekend maken onder mijn volk Israël; Ik zal mijn heilige naam niet meer laten ontheiligen; en de volken zullen weten dat Ik de Here ben, heilig in Israël.’ (39:7)