Bonhoeffer

Op 25 november was er een bijzondere filmavond van Elah*, met de documentaire ‘Bonhoeffer – pastor, pacifist, verzetsman (van Martin Doblmeier, USA 2003). De documentaire zelf was indrukwekkend. Maar ook de introductie erop, die – in het Engels – werd gegeven door Noam Zion, een Joodse geleerde, verbonden aan het Hartman Institute.

Hij liet zien hoe we in Bonhoeffer met een heel andere christen te maken hebben dan de ‘Deutsche Christen’ die met Hitler meegingen. Bonhoeffer heeft scherp gezien wat er eigenlijk gaande was: ‘De wezenlijke vraag is: Christendom of Germanisme? En hoe eerder het conflict openbaar komt in helder daglicht, hoe beter.’

Hitler vond het christendom te tam voor het Duitse volk: ‘Het is onze pech dat we de verkeerde religie hebben. Waarom hebben we niet die van de Japanners, die opoffering voor het vaderland als hoogste goed hebben? Ook de Islam zou veel beter bij ons hebben gepast dan het christendom. Waarom moest het het christendom zijn, met zijn zachtmoedigheid en weekheid?’ (‘with its meekness and flabbiness’)

Bonhoeffer’s christendom is bepaald niet slap, maar staat wel lijnrecht tegenover het zogenaamde christendom van de ‘Deutsche Christen’. Bonhoeffer stelde: ‘De kerk moet opkomen voor slachtoffers in de samenleving – ook voor hen die niet tot de christelijke gemeenschap behoren.’ Iedereen wist dat hij de Joden bedoelde. Hij heeft ook gezegd: ‘Alleen hij die zijn stem verheft voor de Joden mag Gregoriaanse gezangen zingen.’ ‘Zwijgen tegenover het kwaad is zelf kwaad: God zal ons niet onschuldig houden. Niet spreken is spreken, niet handelen is handelen.’ De kerk ‘moet niet alleen de slachtoffers die onder het wiel gekomen zijn verbinden, maar moet een spaak in dat wiel steken.’

Bonhoeffer las de Bijbel om heel concreet Gods stem te horen. Op een bijzondere manier gebeurde dat op de dag na de Kristalnacht (9-11-’38); Bonhoeffer las toen Psalm 74. Wat hij las ontstelde hem. Met potlood onderstreepte hij de tweede helft van vers 8: ‘”We vagen alles weg”, zeiden ze, en alle godshuizen in het land hebben zij verbrand.’ Het was hem duidelijk: wie zijn hand opheft tegen de Joden, heft zijn hand op tegen God zelf. De Joden in Duitsland waren niet alleen niet Gods vijanden, maar zij waren Zijn geliefde kinderen.

De lezing ging over nog veel meer van Bonhoeffers leven, denken, geloven, worstelen en  bestrijden. Het voert te ver om dat weer te geven. Bonhoeffer is wegens zijn verzet gevangen gezet, en uiteindelijk – 3 weken voor het einde van de oorlog – op bevel van Hitler opgehangen. De inleiding eindigde met de laatste momenten van Bonhoeffer. Een medegevangene vertelde:

De laatste 24 uur voor zijn einde, deed Bonhoeffer nog zijn werk als pastor. Hij bad en las de verzen voor die dag, Jesaja 53 (vs. 5: ‘Door zijn striemen zijn wij genezen’) en 1 Petrus 1 (vs. 3: ‘Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus; door zijn grote barmhartigheid zijn wij wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de dood’). Hij had nauwelijks zijn laatste gebed afgesloten toen twee mannen hem kwamen halen: ‘Gevangene Bonhoeffer, maak u klaar, kom mee.’ Alle gevangenen wisten dat dat maar één ding kon betekenen. We namen afscheid. Hij nam me terzijde, en zei: ‘Dit is het einde. Voor mij het begin van leven.’

Enorm indrukwekkend! En dat was dit alles voor mij temeer door waar ik dit hoorde.


* De stichting Elah is een Joodse organisatie voor psycho-sociale hulpverlening aan bejaarden in Israël, die uit Nederland gekomen zijn en de Sjoa (door onderduik of in concentratiekampen) hebben overleefd. Voor de medewerkers zijn er regelmatig filmavonden – ook open voor andere (Nederlandse) gasten. Marcelle Zion is voortrekker van het werk en de filmavonden; Noam Zion – Sachs is haar echtgenoot, die haar bedankte dat zij de aanzet ertoe gaf dat hij zich in Bonhoeffer ging verdiepen.