Besnijdenis van Jezus

Vanmorgen ben ik hier “gewoon” naar de kerk gegaan, in de lijn van hoe we dat gewoon waren op de Nieuwjaarsmorgen. Maar het was toch wel wat anders dan hoe ik het in Nederland gewend was. Er was weinig “Nieuwjaars” aan. De dienst stond in het teken van het denken aan de besnijdenis van Jezus. Daarvoor is in de Oosterse traditie meer aandacht dan in de Westerse. Waar het in de Westerse traditie aandacht krijgt gebeurt dat – wellicht om het woord en de gedachte van besnijdenis te mijden – onder de naam “de Naamgeving van Jezus”.

Besnijdenis en naamgeving gaan samen in het jodendom – kennelijk al heel lang. Het Nieuwe Testament geeft het vroegste getuigenis van dat gebruik (Lukas 2:21, 1:59) – veel vroeger dan rabbijnse geschriften.

Het is goed om er bij stil te staan dat Jezus’ leven van meet af aan heeft gestaan in het teken van de Tora. Lukas laat nadrukkelijk zien hoe Jozef en Maria trouw en toegewijd waren in het leven naar de Tora. Zo zullen zij Jezus ook de opvoeding naar – en het basisonderwijs in – de Tora hebben gegeven. Dat had ook Hij nodig. Hij werd immers helemaal mens. Compleet met heel de ontwikkeling die daarbij hoort. Wel was Hij op een bijzondere manier vol van de Geest. Maar dat sluit opvoeding en onderwijs niet uit, maar veeleer juist in.