Mag Valentijnsdag?

Ik zag dat het Nederlands Dagblad vandaag rood kleurt vanwege Valentijnsdag. Deze dag is hier zonder meer geaccepteerd, en de aandacht ervoor wordt allen maar groter. In de Israëlische krant Ha’Aretz stond gisteren een artikel* over de vraag of orthodoxe Joden eraan mee mogen doen. Ik geef daar een paar dingen uit weer.

Voorzichtigheid is geboden: Israël moet zich ver houden van al wat riekt naar afgoderij, avoda zara. Een heel deel van de Talmoed is gewijd aan de ingewikkelde vragen wat als afgodendienst gezien moet worden, en over hoe Joden zich moeten gedragen in relaties met niet-Joden: natuurlijk op zo’n manier dat ze geen andere goden vereren, maar het mag er ook niet op lijken, en ze mogen anderen – ook niet-Joden – niet assisteren in het vereren van afgoden. (In het NT zijn dergelijke dingen aan de orde, o.a. in 1 Cor. 8-10)

Volgens de belangrijke Tora-geleerde rabbi Moses Isserles (Polen, 16e eeuw) geldt: als een bepaalde gebruik nuttig en logisch is, niet gedaan vanuit een religieuze bepaling, en breed gevolgd onafhankelijk van enige religieuze praktijk, dan kun je eraan meedoen – als het te verenigen is met het Joodse geloof. Het zenden van liefdesbrieven en -bewijzen is nuttig en logisch, en heeft zijn oorsprong niet in een religieuze bepaling. Het is veeleer geworteld in de idealen van hoofse liefde en in moderne commerciële belangen. Als zodanig lijkt er geen bezwaar.

Valentijnsdag is oorspronkelijk de dag van Valentinus van Rome, die in 496 stierf als martelaar. Verder weten we heel weinig over hem. Zijn heiligendag is wegens gebrek aan gegevens over hem uit de officiële Katholieke kalender verwijderd, in 1969. De verbinding van Valentijnsdag met romantische liefde is niet oorspronkelijk, maar stamt uit de 14e eeuw. De dichter Geoffry Chaucer schreef ‘Want het was op Valentijnsdag, wanneer iedere vogel daar komt om z’n bruid te kiezen.’ Ook bij andere dichters verschijnt deze notie. Zo verspreidde zich het idee van 14 februari als een dag gewijd aan romantische liefde en minnaars gingen brieven en andere bewijzen van liefde sturen op deze dag. In de 19e en 20e eeuw nam dit hand over hand toe.

Blijft de vraag of er niet de schijn is van meedoen aan een heidense praktijk. Rabbi Moshe Feinstein (New York, 20e eeuw) stelde dat het niet zo kan zijn dat als afgodendienaars een bepaling uitvaardigen om een bepaald op zich goed voedsel te eten, het dan ineens voor Joden verboden zou zijn. Feinstein besprak Thanksgiving en Nieuwjaarsdag, die begonnen als religieuze dagen (resp. christelijk en Romeins). Hij stelt: als je het als religieuze dag naar de oorspronkelijke intentie wilt vieren, mag het niet, maar als je het niet met die intentie doet dan hoeft het niet verboden te zijn vanwege schijn van kwaad – maar zij die voorzichtiger zijn kunnen hier strikter in zijn.

Omdat Valentijnsdag nog minder een religieuze dag is dan Thanksgiving of Nieuwjaarsdag moet het meedoen eraan geoorloofd zijn – zolang tenminste niet Valentinus van Rome vereerd wordt – ‘maar dat doet zelfs de paus niet’.


* A Jewish Guide to Valentine’s Day, door Elon Gilad. Ha’Aretz, 13 februari 2014.