Tournee voorjaar 2014

Van 24 maart tot 3 april was ik in Nederland voor het voorjaarstournee. Ik heb her en der in het land een presentatie gegeven met als titel ‘Op Bijbelse gronden’.

De titel slaat allereerst op het Land Israël als zodanig, de achtergrond en ondergrond van de Bijbelse geschiedenis. In dat land woont Israël nu weer. God heeft Zijn volk daar weer een plek gegeven en het weer op de kaart gezet. Maar dat is niet zonder problemen; integendeel!

De titel slaat ook op ‘Bijbelse gronden’ in figuurlijke zin: welke plaats kan, mag of moet de Bijbel hebben in de discussies over het land? Kan Israël op Bijbelse gronden de Bijbelse gronden (ook de Westbank) claimen? Ik heb iets verteld over hoe er in Israël een grote verscheiden­heid van meningen is, zeker ook ten aanzien van de ‘settlements’. Een deel van de Joden wil ook op de de Westbank Joodse steden en dorpen te bouwen. Sommigen vooral om veiligheidsredenen. Anderen zien het – op Bijbelse gronden – als een recht en een plicht van Godswege. Een ander – niet gering – deel van de Israëli’s heeft grote bedenkingen of zijn tegen de ‘settlements’. Ook hier zijn er verschil­lende argumenten, waaronder ook ‘Bijbelse gronden’: de Tora en de profeten roepen op tot gerechtigheid (bv. Jes. 5:8, Lev. 19:33v), en dat ziet men in het gedrang komen in wat Israël doet op de Westbank.

De situatie is enorm gecompliceerd. We denken vaak al te gauw dat wij – wij Nederlanders, wij christenen – wel weten hoe het zit en wat er moet. Het is belangrijk naar de verschillende stemmen in Israël te luisteren, en ook naar de verschillende geluiden in de Bijbel.

Een gevaar is dat er vooral gekeken wordt naar wat profeten beloven, dat daar scenario’s van gemaakt worden, en dat men dan op grond daarvan komt tot een ‘God wil het’, bv. t.a.v. de settlements. Maar voor wat God werkelijk wil moet je niet alleen luisteren naar wat profeten voorzeggen, maar zeker ook naar wat zij voorschrijven, naar hoe zij heel direct en praktisch op­roepen tot recht doen. Ook bij dit laatste geldt overigens dat je teksten vaak niet zomaar één op één kunt toepassen. Het gaat dan ook zomaar mis als wij vanaf deze kant denken precies te weten wat Israël doen moet. Zeker als dan voor Israël bijzondere maatstaven worden aangelegd en er naar Israël anders wordt gekeken dan naar andere staten.

We zien gebeuren dat juist op Israël allerlei pijlen worden gericht. Onder andere de BDS-beweging: voor Boycot, Desinvestering en Sancties t.a.v. Israël. Om meerdere redenen vind ik dat onterecht. Deze beweging vindt ook in kerken weerklank, ‘op Bijbelse gronden’. Ik zie hier een andere een­zijdigheid. Het is m.i. zeker niet de roeping van de kerk om zich op deze manier op te stellen tegenover Israël. Het staat haaks op de ‘onopgeefbare verbondenheid’ met het volk waaraan God zich verbonden heeft.

Vanhieruit moet m.i. onze houding zijn t.a.v. Israël en wat er in het land gebeurt (om het met een bbb-serie te zeggen):

  • Bescheiden. Ook al gezien allerlei ontsporingen in het verleden, maar ook gezien de ingewikkeldheid van de situatie, waarin iedereen ‘zijn letter’ heeft. Wat zeggen de Schriften werkelijk? Als CIS willen we daarvoor ook naar (de verschillende stemmen in) Israël luisteren, waarvan we kunnen leren; we willen ook samen met hen naar de Schriften luisteren.
  • Betrokken. Wij kunnen niet de oplossing geven. Dat kan leiden tot een houding van onverschilligheid: ‘laten ze het daar maar zelf uitzoeken…’ Maar nee, we weten ons, als mensen die geloven in de God van Israël betrokken, ja ‘voorgoed verbonden’ en ‘onopgeefbaar verbonden’ met Israël – omdat God Zijn verbond met hen gesloten heeft, en niet opgezegd.
  • Biddend. In gebed om Gods sjalom voor Israël zullen betrokkenheid en bescheidenheid samen komen. Daarbij gaat het niet alleen om politieke vrede. We beseffen hoe belangrijk die is voor de zo direct betrokkenen hier – maar ook hoe menselijk onmogelijk die lijkt. Toch is er perspectief – vanuit de Schriften. (Zie bv. Psalm 130:5-8)

De inleiding leverde vaak pittige discussies op. Het was voor mij goed en leerzaam om de verschillende reacties te horen. Er blijken steeds weer nog meer kanten aan de zaak te zitten. Ik hoop dat mijn bijdrage ook anderen heeft kunnen helpen voor een betere beeldvorming – maar vooral ook: tot meer en gerichter gebed voor allen die nu op de Bijbelse gronden leven.