Genadeklap

Ik werd bijzonder getroffen door een artikel dat uitgerekend op Goede Vrijdag in het ND stond. Het heeft eigenlijk niet met Goede Vrijdag te maken, maar aan de andere kant: het laat precies zien waar het op Goede Vrijdag om ging.

‘Als de strop om zijn nek wordt gelegd, denkt Balal (24) dat zijn laatste uur heeft geslagen. Maar de moeder van de 17-jarige jongen die hij gedood heeft, slaat hem op de wang en redt daarmee zijn leven.’

Die moeder zou op dat moment het doodvonnis moeten voltrekken, door de stoel onder Balals voeten weg te trappen. In plaats daarvan geeft ze hem een klap in het gezicht. Met dat ze Balal zó straft vergeeft ze hem de dood van haar zoon. Hiermee kan hij verder vrijuit gaan.

Een ‘genadeklap’ betekent normaliter dat er met de dood een eind gemaakt wordt aan lijden, maar hier gaat het om een klap die echt voluit genade is en leven brengt.

Ik moest er aan denken in de dienst, waarin we stilstonden bij het huivering­wekkende van Goede Vrijdag. In zekere zin zou je het kruis ook een klap in ons gezicht kunnen noemen. Maar tegelijk en bovenal is het bevrijdend, het redt ons van ons doodvonnis. Dat gaat echter niet zonder pijn. Het gaat niet zonder dat we geraakt en beschaamd worden, en niet zo’n beetje ook. Maar het is ten leven!