Het Hallel

Op Witte Donderdag vieren we in Christ Church het Avondmaal. Daarbij gebruiken we een bijzondere liturgie, met alle Psalmen van het Hallel.

Het Hallel bestaat uit de Psalmen 113 t/m 118. Het wordt tijdens de bijbelse pelgrimsfeesten – en ook bij Chanoeka – gezongen. Een bijzondere plek heeft het Hallel bij de maaltijd waarmee de bevrijding uit Egypte wordt gevierd, op de op de seder-avond. Er is dan een vaste orde (seder) met verschillende elementen, waaronder het Hallel.

Zo zijn afgelopen maandagavond bij de seder-maaltijden de Psalmen 113 en 114 vóór de maaltijd gezongen, en de Psalmen 115 t/m 118 na de maaltijd. Het is mooi dat we in de kerk daarop aansloten met het gebruik van diezelfde Psalmen, bij deze bijzondere gedachtenis aan Jezus’ laatste avondmaal, waarbij Hij en Zijn discipelen ook het Hallel gezongen hebben (Matt. 26:30).

Daarbij was er in de kerk wel wat geschoven met de tekst. Iets wat in het jodendom op die manier niet zo gauw gebeurt: Psalmen worden vaak in hun geheel gezongen, vaak meerdere Psalmen achter elkaar, zonder in te grijpen in de tekst. In de protestantse kerken gaan we doorgaans selectiever te werk: we kiezen zelf Psalmen die we vinden passen in een dienst, en we kiezen daaruit dan vaak weer slechts enkele verzen. Het gevaar daarbij is wel dat hele Psalmen of bepaalde gedeelten daarvan niet of nauwelijks gebruikt worden. Bij de opzet van de liturgie die we in Christ Church gebruikten hoorde in elk geval dat het hele Hallel een plek zou krijgen in de dienst.  We zongen de Psalmen niet; ze werden in gezegd, afwisselend gedeelten door alleen de voorganger en andere door de hele gemeente.

In die dienst was Psalm 115 verdeeld in een paar stukken die verdeeld over de dienst elk een mooie plek kregen. Zo waren de laatste woorden, de zegen:

‘De Here gedenkt ons en zal ons zegenen:
Hij zal zegenen Zijn volk Israël,
Hij zal zegenen wie de Here vrezen
– groot en klein.’ (vgl Ps. 115:12-13, gezegd door de voorganger)

‘Looft de Here, alle gij volken!
Prijs Hem, alle gij naties!
Want groot is Zijn goedertierenheid over ons
en Zijn trouw duurt voor altijd.
Prijst de Here!’  (Psalm 117, gezegd door allen)

‘Moge de Here u doen bloeien,
u en uw kinderen.
Gezegend zijt gij door de Here
die hemel en aarde gemaakt heeft.’ (Ps. 115:14-15, voorganger)