Sjavoe’ot bij de Kotel

Het einde van de Sjavoe’ot-nacht was ik – net als vorig jaar – bij de Kotel (ook ‘Klaagmuur’ genoemd, maar ten onrechte). Op Sjavoe’ot (of ‘Wekenfeest’ – wat ons Pinksterfeest is geworden) wordt herdacht dat de HERE bij de Sinaï de Tora heeft gegeven. De nacht van Sjavoe’ot is daarom door velen helemaal gewijd aan het bestuderen daarvan.

Bij de Kotel is het in deze nacht een heel bijzondere sfeer. Overal zitten mensen te studeren – vaak ook in tweetallen of kleine groepjes die teksten bespreken. Sommigen hebben het niet volgehouden – die liggen te slapen, temidden van alle drukte of in een rustig hoekje dat ze nog ergens gevonden hebben.

Het vinden van een zitplaats wordt even na vieren al een probleem. Je ziet steeds meer mensen zoeken. Steeds meer moeten staan. Het wordt nu snel drukker. Rond half vijf hoor ik mensen discussiëren over hoe laat precies het morgengebed kan beginnen.

Ik zit temidden van wat een grote familie blijkt te zijn. Eerst kwam een vader met een paar jongens, de jongste ongeveer zeven jaar. Al gauw komen er nog een paar broers en/of neven (duidelijk familie!), en ooms, een opa, enz. Ze zijn met een groot gezelschap uit New York gekomen om één dezer dagen een Bar Mitswa te vieren. Zij maken een groot deel uit van de groep waar ik ook bij meedoe.

Eerst worden er een stuk of 15 Psalmen gebeden. Dan komt het Sjema en het hoofdgebed (‘Achttiengebed’ of ‘Amida’ = staande gebed). Daarna wordt uit de Tora gelezen. Dat alles met al de gebeden die daar ook nog omheen horen.

Al veel eerder waren de Tora-rollen tevoorschijn gehaald. Bij de gewone lezingen ga je steeds verder bij waar je de vorige keer gebleven bent. Maar op Sjavoe’ot zijn er speciale lezingen, o.a. Exodus 19:1-20:23 (over de Tora-geving bij de Sinaï); dat moet opgezocht worden (de rol ligt in deze tijd ergens bij het eerste deel van Numeri), en dat is bij een rol heel wat lastiger dan wanneer je met een boek werkt.
Overigens wordt op Sjavoe’ot (dat ook een oogstfeest is) ook het boek Ruth gelezen.

Ik heb niet meer de hele dienst bijgewoond. Het was niet eenvoudig om van het plein weg te komen. Er was uiteindelijk zelfs bijna geen staanplaats meer. En als iedereen dan staat te bidden, zie er dan maar eens op een fatsoenlijke manier tussendoor te komen.

Op de foto’s hieronder zie je hoe het zwart zag van de mensen – en plaatselijk wit van de gebedsmantels. (N.B. vrouwen mogen bij de Kotel geen gebedmantel gebruiken; hun plek is aan de rechterkant, eenderde van de gebedsruimte.)

Sjavoeot bij de Kotel

P1030381