Bid voor de drie jongens

Gisteren kreeg ik een e-mail van de Conservative Yeshiva in Jerusalem. Het is een oproep tot gebed voor de drie jongens die gekidnapt zijn, en over wie er tot op heden de grootst mogelijke onzekerheid is. Een speciale oproep lijkt nauwelijks nodig: vanzelfsprekend dat je voor de jongens bidt, en voor hun ouders en familie en vrienden, en voor allerlei mensen die er op verschillende manieren bij betrokken zijn. We doen dat als christenen doorgaans met eigen woorden, met dat we allerlei mensen noemen en dingen benoemen. Dat is heel goed; ik ervaar het in dit geval maar ook in het algemeen als een voorrecht om persoonlijk en vrij te kunnen bidden.

In het Jodendom wordt veel met gegeven woorden gebeden: lezend uit het gebedenboek of uit de Psalmen. Dat komt duidelijk naar voren in de oproep van de CY. Ik geef er graag een paar dingen uit door:

Als je door Jeruzalem loopt lijkt alles ‘business as usual’: de files, het getoeter; mensen groeten en glimlachen, Maar er is tegelijk spanning voelbaar, zorg, hoop en angst, over Gilad Sha’ar, Eyal Yifrach en Naftali Frankel. Het houdt ons allemaal bezig. Het is – horen we ook van elkaar – heel moeilijk om je te concentreren. We willen wat doen, maar kunnen zo weinig. We sturen woorden van steun aan de familie, delen dingen en gevoelens op sociale media en we kijken uit naar een greintje goed nieuws.

De traditie van het bidden uit het Boek der Psalmen helpt ons iets te doen, prive en samen, gedachten en gevoelens tot uitdrukking te brengen. De Psalmen geven adem, geven stem. Ze drukken uit hoe wij hopen op een goede uitkomst, tegen de klippen op. Ze zijn geen garantie – dat weten we òòk. Maar ze helpen. En terwijl de Israëlische troepen zoeken naar Eyal, Gilad en Naftali, zenden wij hen en hun families sterkte via onze gebeden.

We vragen jullie nu, vrienden van de CY, dat jullie samen met Joden over de hele wereld bidden de woorden van Psalm 121 en 142, meerdere keren per dag, met daarbij in gedachten de drie ontvoerde  jongens.

Ik bid nu ook op deze manier voor de jongens en mensen en dingen eromheen. Ook voor de Palestijnen die dit niet willen en slachtoffer zijn van wat anderen ontketend hebben.

Op deze manier bidden, met gegeven woorden, ‘werkt’ anders dan ‘het vrije gebed’ waaraan wij als christenen gewend zijn. (Met name protestanten, evangelicals; er zijn ook andere tradities.)

Ik ervaar de kracht van de woorden nog weer anders wanneer ik daar zo mee bid. Met mijn eigen woorden bidden wordt op een bepaalde manier vermoeiend, zoeken naar woorden, niet meer weten wat nog te zeggen, het gevoel dat mijn gebed toch steeds vlakker wordt. Maar bid ik met de Psalmen dan maken die woorden de gedachten steeds weer gaande, en krijgen ze juist meer kracht. Het is op een bepaalde manier tweerichtingsverkeer. Het is ook iets waarin ik me bewust met Israël verbonden mag weten, en me met Israël verbindt.

Wat kun je anders, dan bidden? Tja, maar wat heeft God ons toch juist daarin wel heel veel gegeven – veel mogelijkheden ook. Ik geef daarom graag de vraag vanuit Israël aan jullie door: willen jullie met ons mee bidden? Een paar keer per dag, (bv.) Psalm 121 en 142.