The Power of Prayer

Afgelopen week nam ik deel aan een conferentie over ‘de kracht van het gebed’. Deze was georganiseerd door het Elijah Interfaith Institute. Er waren Joden, christenen en moslims uitgenodigd. We waren vijf volle dagen bij elkaar in het Ecce Home klooster (aan het begin van de Via Dolorosa). Er verscheen een artikel over de conferentie in The Jerusalem Post.
Power-of-Prayer_1
Het ging op deze dagen achtereenvolgens over 1) Wat is gebed? 2) Waarom bidden we? 3) Hoe bidden we? 4) Wanneer bidden we? 5) Waar bidden we?

Er waren 20 deelnemers, maar bij sommige onderdelen waren er ook andere belangstellenden. De bijdrage van moslims was heel beperkt. De christenen waren ruim in de meerderheid. Ongeveer 1/3 was Joods. Het was bijzonder om met elkaar over overeenkomsten en verschillen in gebeden te spreken. Ook al voor de christenen onderling: er waren nogal wat deelnemers vanuit een klooster of convent, waar gebed en stilte een bijzondere plaats hebben.

Eén van de sprekers van abt Gergory, van de Dormitio. Aansprekend was zijn uitwerking van het voorbeeld van bidden dat is als zwemmen. Je kunt er boeken lezen over verschillende zwembaden en over diverse zwemslagen, maar je leert het pas echt als je het water in gaat. Je stapt uit je dagelijkse kleren; je legt je gewone bedekking af. En dan is het belangrijkste dat je weet dat het water je draagt. Als je daar niet op vertrouwt en in het wilde weg gaat bewegen, wellicht in paniek, dan kom je in de problemen. Je moet allereerst leren je over te geven, te vertrouwen, dan zal het water je dragen, en dan kun je je bewegingen aanleren die werken. ‘Let yourself go; loose yourself and discover yourself.’ Dan nog is niet je eigen kracht het belangrijkste, maar de dragende kracht van het water/gebed.

We maakten een stukje van de praktijk van het bidden mee in het Dormitio-klooster. Met de hele groep waren we bij een avondgebed (het vierde van de vijf dagelijkse gezamenlijke gebeden). Daarin werden vooral Psalmen gebeden. Voor sommige Joodse deelnemers een bijzondere gewaarwording. Eigenlijk ook voor mijzelf wel. Ook als je van zulke gebruiken weet is het daaraan meedoen toch een ander verhaal. Dat geldt al als je één keer meedoet – terwijl een belangrijk krachtig element van deze traditie vooral ligt in de herhaling en in hoe die het hele leven structureert.

Abt Gregory beschreef ook hoe de stroom van Levend Water geleid kan worden. De Lectio Divina, de lezing van Gods Woord, wordt beantwoord met meditatie, gebed en contemplatie (of ruminatio, ‘herkauwen’). Het gebed is uitwerking van het woord, het zijn ‘vonken van het aambeeld’ (door het ‘hameren’ van Gods Woord). Het doel ervan ligt niet in boven de wereld uitstijgen, maar in anders in de wereld staan. Gebed is niet iets van je in jezelf opsluiten; het is toerusting tot dienstbetoon en transformeert je tot/in relaties.

Bij Joden en moslims, maar ook in veel christelijke gebedstradities, spelen de ‘vaste gebeden’ een belangrijke rol: vastgelegde teksten op vastgestelde tijden. Tot voor een paar jaar was 98% van wat ik bad (ook in de kerk) ‘vrij gebed’. In Israël – in de synagoge en in de kerk – maak ik veel meer ‘vast gebed’ mee, en heb ik het goede daarvan leren zien. Zoals dat je je ‘geijkte’ woorden eigen maakt, als je ze steeds bidt. En dat gebed zo – meer en anders dan bij ‘vrij’ gebed – tweerichtingsverkeer is; bidden = horen + spreken. En dat je gebeden met elkaar kunt zeggen.

Rabbi Daniel Goldfarb vertelde over zijn beleving van het gebed. Dat is voor hem niet een ‘love-experience’, met bijzondere intimiteit. Er waren en zijn (ook heel belangrijke!) Joden die dat wel zo ervaren, maar Goldfarb zegt: het is een moeilijke oefening, die niet altijd slaagt. Toen iemand hem vroeg: ‘Als ik er nu niets bij voel…?’ zei hij: ‘fake it; doe dan maar alsof.’ Niet om anderen of jezelf te bedriegen, om een schijn van heiligheid te wekken, maar: doe het gewoon, en nog eens, en houd vol, dan zal het gebed toch gaan werken in je leven.

Het zal wat met je doen. Het gaat er niet allereerst om dat het wat met God doet. Ons woord ‘bidden’ wijst als zodanig in de richting van ‘vragen, verzoeken’, maar het gaat om meer. God is geen room-service, die klaar staat om ons op onze wenken te bedienen. Eerder is bidden: klaar-staan voor God. Het Hebreeuwse woord hitpallel wijst een andere kant uit dan ons ‘bidden’ = ‘vragen’: pallel is ‘overwegen, reflecteren’, en de vorm met hit- wijst op iets reflexiefs, ‘(m.b.t.) zichzelf’. Goldfarb: ‘We kunnen God bewegen als we onszelf bewegen.’

Een herkenbare uitspraak vanuit de Islam was: Je hebt mensen die bidden als slaven, vanuit angst; je hebt mensen die bidden als kooplieden, om te onderhandelen; en je hebt de aanbidders, die bidden uit liefde.

In het Jodendom wordt er op allerlei momenten gebeden met ‘berachot’, ‘zegenspreuken’. Ze beginnen met de woorden: ‘Gezegend Gij, HERE onze God, Koning der wereld, die…’ Er is een discussie geweest of dat ‘Gij’ er ook bij moest. Is dat niet ‘chutspatik’ (brutaal), dat je steeds Gods aandacht vraagt? Maar nee, dat is juist essentieel: de verbinding van nabijheid en verhevenheid. Zoals je die ook vindt in ‘Onze Vader – in de hemel’, en in het Joodse bidden tot Avinoe Malkenoe, ‘Onze Vader – onze Koning’.
Direct bij het wakker worden zegt men een serie berachot. De eerste gedachten zijn op God gericht. En bij allerlei momenten – het eten van bepaalde dingen, iets moois meemaken, als je de regenboog ziet, of als je iemand ziet die gehandicapt is, als je op reis gaat, bij het doen van geboden, enz. enz. – dan zeg je ‘Gezegend Gij, HERE…’ en dan valt er zo licht van de Eeuwige over alledaagse dingen.

Er is in het samenzijn natuurlijk veel meer gezegd. In allerlei inleidingen, maar zeker ook in onderlinge gesprekken, in de uitwisseling van ervaringen, en ook in hoe we samen door een aantal gedeelten uit de Bijbel gekropen zijn met een methode waarbij je je zo goed mogelijk inleeft in wat mensen ervoeren (bv: Elkana, Penina en Hanna [1 Sam. 1]; de farizeeër en de tollenaar [Lukas 18]; Job). Een verrijkende en verdiepende ervaring!