De rabbi die nooit vastte

Ik hoorde een verhaal over een heel vrome rabbi.

Zijn leerlingen vroegen hem hoe vaak hij vastte. Ze verwachten van hem dat hij dat vaak en nauwgezet zou doen. Maar de rabbi antwoordde:

‘Ik vast eigenlijk nooit.’

‘Nooit? Maar rabbi, wat doet u dan op Jom Kipoer?’
(de Grote Verzoendag, waarop alle religieuze Joden streng vasten)

‘Op Jom Kipoer vast ik niet – maar ik ben dan zo de hele dag bezig met bidden om vergeving en verzoening, dat ik niet aan eten of drinken toekom.’

‘En wat dan op Tisje be’Av?’
(de vastendag vanwege de verwoesting van de tempel)

‘Op Tisje be’Av vast ik niet – maar ik ben dan zo droevig gestemd, dat ik niet denk aan eten of drinken.’

De leerlingen begrepen dat dit ware vroomheid is, beter dan de meest punctuele onderhouding van de geboden. De geboden zijn goed en waardevol. Maar als je blijft steken in bezig zijn met wat moet en niet mag, kun je nog helemaal aan de bedoeling voorbijgaan of voorbijschieten. Bij deze rabbi heeft het zich ontwikkeld tot een leven binnen de geboden maar wel vanuit het innerlijk. De geboden zijn hem op het lijf geschreven, of beter: de Tora is in zijn hart geschreven.