Abraham en Mozes: Kun je één van beide missen?

 

In mijn vorige blog meldde ik dat wij aan de HaPalmach-locatie van het CIS in Jeruzalem intensief meedoen aan de opdracht van het CIS: nadenken over en werken aan de relatie Israël en kerk vanuit de drie kernwoorden ’luisteren, dienen en getuigen’. Hoe functioneren die woorden hier in het spanningsveld van de ontmoeting van Israël en de kerk? Daar wil ik iets over vertellen aan de hand van een opmerking van een christelijke deelnemer aan de Romeinenkring die het – zwart-wit gezegd – opnam voor Abraham en zijn geloof, terwijl een Joodse deelnemer het opnam voor Mozes en zijn concrete gehoorzaamheid.

We bespraken de eerste twee hoofdstukken van Paulus’ brief aan de Romeinen. De Joodse en de christelijke deelnemers kwamen met allerlei opmerkingen en vragen. Eén van de christelijke deelnemers legde de vinger bij de woorden uit Romeinen 1:17: ‘… de rechtvaardige zal uit geloof leven.’ Het is een aanhaling uit Habakuk en ook bij de Joodse deelnemers bekend als een belangrijke tekst. Van Habakuk stapte hij over op Abraham. Hij zei dat het centrale woord uit Abrahams leven in Gen. 15:6  staat: ‘En hij geloofde in de Here, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid.’ Geloof is de kern van de zaak. Zie ook het geloof van Jozua en Caleb; terwijl de tien andere verspieders geen vertrouwen hadden in Gods mogelijkheden, hadden zij dat wel. Hij noemde ook Numeri 20, waar over het geloof (beter ongeloof) van Mozes gesproken wordt bij het water van Meriba. Het was uit ongeloof dat Mozes daar met zijn staf op de rots sloeg, zoals blijkt uit vers 12 waar God tegen Mozes zegt: ‘Aangezien gij op Mij niet vertrouwd hebt…’ De Herziene Statenvertaling leest: ‘.. niet in Mij geloofd hebt..’. De nogal uitdagende conclusie van de christelijke deelnemer was: het draait altijd om geloof, de rest is bijkomstig; geloof is het centrale, want God ziet het hart aan.

Wat zouden de Joodse deelnemers daarop zeggen? Die reageerden deels bevestigend. Ja zeker, zei één van hen, het gaat om geloof en om het hart, maar waar blijkt dat dan uit in iemands leven? Is Abrahams geloof niet gebleken in de bereidheid zijn zoon Isaak te offeren toen God dat vroeg? En inderdaad, Mozes vertrouwde niet op God bij Meriba, maar dat ongeloof bleek uit wat hij daar deed! De vraag is hoe je trouw bent aan God en zijn verbond. Hoe leef je een heilig leven? En daarom vroegen zij: Kan het geloof zonder een vorm van Thora, van halacha (dat is de concrete heiliging van het leven)? Maken christenen zich niet te gemakkelijk af van Mozes en van de concrete geloofsweg die hij namens God doorgaf in de Thora? Is Abraham niet gegeven om gelovig te worden, maar Mozes om gelovig te zijn? Kun je wel één van beide missen?

Een spannend gesprek, waar de kring nog lang niet uit is. Maar we zijn dan ook pas bij Romeinen 2. We krijgen nog genoeg Abraham en Mozes om intensief verder te praten. Ook over de worsteling van Paulus dat hij – anders dan vele van zijn volksgenoten – Gods weg van Abraham en Mozes, van rechtvaardiging en heiliging in de wereld, niet meer kon zien buiten de weg van Jezus Messias om.

Ds Rien Vrijhof