Het kruis en de gekruisigde

In Israël bestaat een zeer grote gevoeligheid voor het teken van het kruis. Voor veel Joden is het kruis het symbool van verworpenheid door de kerk, van geestelijke onderdrukking, van het verlies van identiteit. Het is vooral gevoelig als dit christelijke symbool dicht in de buurt komt van de Joodse gemeenschap. Dat kerken een kruis op hun torens hebben staan is tot daar aan toe. Dat in kerkgebouwen crucifixen hangen is de keuze van christenen. Maar als Joodse mensen een bijeenkomst moeten bezoeken in een gebouw waar een kruis hangt is dat een brug te ver.

Het is helemaal onverteerbaar als Joodse groeperingen in Israël die in Jezus als de Messias geloven op hun gebouw een kruis plaatsen. In messiaanse synagogen gebeurt dat dan ook niet. Wel ligt hier voor messiaanse Joden een groot pijnpunt, want zij erkennen de alles opofferende liefde van Jezus aan het kruis, en tegelijk kennen zij de geschiedenis van het kruis in de kerk. Ze hebben de gekruisigde lief en willen tegelijk solidair zijn met het Joodse volk waartoe ze behoren.

Ooit ontstond er binnen een messiaanse groep in Israël een conflict over het kruis in de samenkomsten. Een voorman van de groep had een boek geschreven: Het kruis in de Davidster. Die titel gaf precies zijn verlangen weer. In de samenkomsten van zijn gemeenschap hing een doek waarop de Davidster met daarin een kruis was afgebeeld. Na verloop van tijd kwam er oppositie vanuit de gemeenteleden. Want naast de eigen moeite met het kruisteken wilden die gemeenteleden ook belangstellenden niet confronteren met het symbool dat doet denken aan eeuwen van antisemitisme. Men wilde terug van het kruis naar de gekruisigde. Men vroeg zich af of door zo’n doek niet bij voorbaat de weg geblokkeerd wordt om de betekenis van het leven en sterven van Jezus te leren kennen. Een schrijnend dilemma.

De vraag is: kan het geloof in Messias Jezus zich in de Joodse samenleving (en ook daarbuiten?) verbeelden zonder het kruis? In het bekende kunstwerk in Arad van Rick Wienecke ‘Fountain of Tears’, waarin de kunstenaar het lijden van Jezus en het lijden in de Holocaust met elkaar verbindt, wordt Jezus afgebeeld zonder kruis, maar met uitgestrekte armen. Wel de gekruisigde, maar niet het kruishout. Het is een uitbeelding van begrip door de kunstenaar. Begrip voor de afkeer van het symbool dat zich in de geschiedenis zo vaak manifesteerde als een teken van macht. Tegelijk is het kunstwerk zo gemaakt dat geen afbreuk wordt gedaan aan de schande én de betekenis van het lijden van Jezus. Zou het niet goed zijn als de kerken in Israël, die er in grote getale zijn, zich kunstzinniger zouden uiten over de liefde van de uitgestrekte armen van Jezus? En misschien niet alleen de kerken in Israël, maar ook daarbuiten?

Ds Rien Vrijhof, Jeruzalem